Statuten

PDF-versie

Begripsbepalingen.

  1. In deze statuten hebben de volgende begrippen de daarachter vermelde betekenis:

        bestuur betekent het bestuur van de stichting, tenzij anders vermeld.

        bestuurder betekent een lid van het bestuur.

        dagen betekent alle dagen van een week en derhalve niet uitgezonderd algemeen erkende feestdagen of daarmee op grond van de Algemene termijnenwet gelijkgestelde dagen.

        schriftelijk betekent een bericht dat is overgebracht bij brief, e-mail of enig ander elektronisch communicatiemiddel, mits het bericht leesbaar en reproduceerbaar is.

        statuten betekent de statuten van de stichting.

        stichting betekent de stichting waarvan de interne organisatie wordt beheerst door deze statuten, te weten de statutair te ‘s‑Gravenhage gevestigde stichting: Stichting Vrienden van “Het Volle Leven”.

  1. Verwijzingen naar artikelen zijn verwijzingen naar artikelen van deze statuten, tenzij uitdrukkelijk anders aangegeven. Met verwijzingen in deze statuten naar ‘hij’ wordt tevens bedoeld te verwijzen naar ‘zij’. Met verwijzingen in deze statuten naar ‘zijn’ (anders dan als werkwoord) of ‘hem’ wordt tevens bedoeld te verwijzen naar ‘haar’.

Naam en Zetel

Artikel 1.

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Vrienden van “Het Volle Leven”.
  2. De verkorte naam van de stichting luidt: Vriendenstichting HVL.
  3. Zij heeft haar zetel in de gemeente ‘s‑Gravenhage.

Doel

Artikel 2

  1. De stichting heeft ten doel:
    1. het bevorderen en ondersteunen van het onderwijs zoals dat wordt aangeboden door de statutair te ‘s‑Gravenhage gevestigde stichting: Stichting Haagse Scholen, hierna te noemen “SHS” binnen de door SHS in stand gehouden school voor primair onderwijs in Scheveningen, genaamd: “Het Volle Leven”;
    2. het bieden van (financiële) ondersteuning aan projecten en activiteiten, die niet binnen de normale exploitatie van de SHS ten behoeve van “Het Volle Leven” kunnen worden gefinancierd, en voorts al hetgeen met één en ander rechtstreeks of zijdelings verband houdt of daartoe bevorderlijk kan zijn, alles in de meest ruime zin van het woord.
  1. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het verwerven van gelden en andere middelen ten behoeve van het (financieel) ondersteunen van de SHS ten behoeve van “Het Volle Leven”.
  2. De stichting beoogt niet het maken van winst en beoogt werkzaam te zijn als algemeen nut beogende instelling in de zin van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.

Vermogen

Artikel 3.

  1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door alle ontvangen bijdragen, subsidies, giften, legaten, erfstellingen, alsmede andere baten.
  2. Erfstellingen mogen slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
  3. De kosten van verwerving van gelden en de beheerkosten van de stichting dienen in redelijke verhouding te staan tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de stichting.
  4. Geen natuurlijk persoon noch een rechtspersoon kan over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen. De stichting houdt geen groter vermogen aan dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van het bereiken van de doelstelling van de stichting.

Bestuur: samenstelling, wijze van benoemen

Artikel 4.

  1. Met inachtneming van het verder in dit artikel bepaalde bestaat het bestuur uit drie bestuurders. Een bestuurder mag geen familie van een andere bestuurder zijn. Onder familie moet in dit verband worden verstaan: bloed- en aanverwanten tot en met de vierde graad, waarbij samenwoning wordt gezien als een huwelijk.
  2. Bestuurders worden benoemd door het bestuur met dien verstande dat:
    1. één bestuurder wordt benoemd op voordracht van de medezeggenschapsraad van “Het Volle Leven”, hierna te noemen: “MR”, welke bestuurder wordt benoemd in de functie van voorzitter;
    2. aan de secretaris en penningmeester de kwaliteitseis wordt gesteld dat deze ouder of verzorger van een kind is dat onderwijs volgt of de laatste drie jaar heeft gevolgd aan “Het Volle Leven”;
    3. een persoon die als bestuurder, toezichthouder, werknemer of anderszins een gezagsrelatie heeft met de SHS, niet als bestuurder kan worden benoemd.
  3. De MR wordt door het bestuur tijdig in de gelegenheid gesteld om een voordracht als hiervoor in lid 2 sub a. bedoeld te doen. Wordt daarvan binnen drie maanden nadat het verzoek daartoe is ontvangen geen gebruik gemaakt, dan is het bestuur vrij in het benoemen van een bestuurder, mits met inachtneming van voormelde kwaliteitseisen.
  4. Een bestuurder wordt benoemd voor een periode van drie jaar en is terstond tweemaal herbenoembaar.
  5. Bij ontstentenis of belet van een bestuurder zijn de overige bestuurders met het bestuur belast.
    Indien één of meer bestuurders ontbreken, vormen de overgebleven bestuurders of de overgebleven bestuurder een bevoegd bestuur.
    Indien alle bestuurders ontbreken, kan iedere belanghebbende de rechtbank van het Arrondissement waarbinnen de stichting statutair is gevestigd verzoeken een bestuurder te benoemen.
  6. Een bestuurder defungeert:
    1. door zijn overlijden;
    2. door zijn aftreden;
    3. door het verlies van het vrije beheer over zijn vermogen;
    4. door zijn ontslag door de rechtbank;
    5. voor wat betreft de bestuurder als bedoeld in lid 2 sub a van dit artikel: door zijn ontslag door de MR;
    6. door het niet langer voldoen aan de kwaliteitseis op grond waarvan hij is benoemd;
    7. door het verstrijken van de termijn waarvoor hij is benoemd;
    8. door zijn onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf.

Bestuur: taak en bevoegdheden

Artikel 5.

  1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
  2. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen, doch uitsluitend voor zover dit verband houdt met een schenking of erfrechtelijke verkrijging.
  3. Het bestuur is niet bevoegd te besluiten tot het aangaan van een overeenkomst, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een ander verbindt.
  4. Bestuurders ontvangen geen beloning. Bestuurders kunnen recht hebben op vergoeding van de door hen in uitoefening van hun functie (in redelijkheid) gemaakte kosten. Voor zover vergoedingen worden uitgekeerd, worden deze in de jaarrekening van de stichting zichtbaar gemaakt.
  5. De stichting beschikt over een actueel beleidsplan van het bestuur dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van verwerving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan.

Bestuur: vergaderingen

Artikel 6.

  1. Bestuursvergaderingen worden gehouden zo dikwijls een bestuurder zulks wenst, doch ten minste tweemaal per jaar.
  2. De bijeenroeping van een bestuursvergadering geschiedt door de voorzitter of een andere bestuurder, dan wel namens deze(n) door de secretaris, en wel schriftelijk onder opgaaf van de te behandelen onderwerpen, op een termijn van ten minste zeven dagen, de dag van de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
    Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied, of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven dagen, is besluitvorming niettemin mogelijk, mits ter vergadering alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
    In spoedeisende gevallen kan de voorzitter van het bestuur besluiten van de wijze van oproeping en/of de termijn van oproeping af te wijken.
  3. Bestuursvergaderingen worden gehouden ter plaatse te bepalen door degene die de vergadering bijeenroept.
  4. Toegang tot de vergaderingen hebben de bestuurders, alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige bestuurders worden toegelaten. Een bestuurder kan zich door een schriftelijk door hem daartoe gevolmachtigd medebestuurder ter vergadering doen vertegenwoordigen.
  5. Iedere bestuurder heeft één stem.
    Voor zover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met gewone meerderheid van de geldig uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin ten minste de helft van het aantal bestuurders in persoon aanwezig is.
    Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht.
    Staken de stemmen bij benoeming van personen dan beslist het lot; staken de stemmen bij een andere stemming, dan is het voorstel verworpen.
  6. Alle stemmingen geschieden mondeling, tenzij een bestuurder schriftelijke stemming verlangt.
  7. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter. Bij zijn afwezigheid voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  8. Van het verhandelde in de vergadering worden door de secretaris of door een door deze onder zijn verantwoordelijkheid en met instemming van het bestuur aangewezen persoon notulen opgemaakt. De notulen worden vastgesteld door het bestuur en ten blijke daarvan door de voorzitter en secretaris van de desbetreffende vergadering ondertekend. De vastgestelde notulen zijn ter inzage voor alle bestuurders. Afschriften worden aan hen kosteloos verstrekt.
  9. Het bestuur kan ook buiten vergadering (schriftelijk) besluiten, met gewone meerderheid van stemmen en uitsluitend voor zover geen van de bestuurders zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Het besluit wordt in het verslag van de eerstvolgende vergadering opgenomen.
  10. In alle geschillen omtrent stemmingen niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter.
  11. Jaarlijks wordt er een bijeenkomst gehouden ter kennismaking en verdieping van de vriendschappelijke band tussen het bestuur en (een afvaardiging van) de MR, in aanwezigheid van de schoolleider van “Het Volle Leven”.

Vertegenwoordiging

Artikel 7.

  1. De stichting wordt vertegenwoordigd door het bestuur. Voorts kan de stichting worden vertegenwoordigd door twee tezamen handelende bestuurders.
  2. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van volmacht aan één of meer bestuurders alsook aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen. Het bestuur kan voorts besluiten aan gevolmachtigden een titel te verlenen.
  3. Het bestuur zal van het toekennen van doorlopende vertegenwoordigingsbevoegdheid opgave doen bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel.
  4. Indien een bestuurder van een meerhoofdig bestuur in privé of in hoedanigheid een tegenstrijdig belang heeft met de stichting, dient hij dit te melden aan het bestuur.
    De bestuurder dient zich van de beraadslagingen omtrent de aangelegenheid waarbij het tegenstrijdig belang speelt te onthouden, hij heeft ter zake geen stemrecht en evenmin telt hij mee voor een mogelijk quorum dat bij de besluitvorming geldt, een en ander tenzij de overige bestuurders eenstemmig anders besluiten. De bestuurder kan, ter uitvoering van het bestuursbesluit, niettemin de stichting vertegenwoordigen.

Reglementen

Artikel 8.

  1. Het bestuur is bevoegd één of meer reglementen vast te stellen, waarin die onderwerpen worden geregeld, waarvan nadere regeling wenselijk wordt geacht.
  2. Een reglement mag niet met de wet of deze statuten in strijd zijn.
  3. Het bestuur is te allen tijde bevoegd een reglement te wijzigen of op te heffen.
  4. Ten aanzien van een besluit tot vaststelling, wijziging of opheffing van een reglement vindt het bepaalde in artikel 11 leden 1 en 2, overeenkomstige toepassing.

Commissies

Artikel 9.

  1. Ter voorbereiding, ondersteuning of uitwerking van de activiteiten van de stichting, kan het bestuur commissies instellen, waarin uitsluitend natuurlijke personen zitting hebben.
  2. Het bestuur stelt ten minste een sponsorcommissie in.
  3. De wijze waarop een commissie verder wordt ingericht, de wijze van benoeming van de leden van een commissie, de taakomschrijving van de commissie en overige relevante zaken kunnen nader worden vastgelegd bij reglement.

Boekjaar en jaarstukken

Artikel 10.

  1. Het boekjaar van de stichting vangt aan op één augustus en eindigt op eenendertig juli daarop volgend.
  2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.
  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar de balans en de staat van baten en lasten met bijbehorende toelichting van de stichting te maken en op papier te stellen. Deze stukken dienen te worden ondertekend door alle bestuurders; ontbreekt de ondertekening van een of meer van hen, dan wordt daarvan onder opgave van redenen melding gemaakt.
  4. Het bestuur kan, alvorens tot vaststelling van de hiervoor in lid 3 van dit artikel bedoelde stukken over te gaan, deze doen onderzoeken door een door het bestuur aan te wijzen deskundige. Deze brengt alsdan omtrent zijn onderzoek verslag uit.
  5. Het bestuur stelt voor het einde van het boekjaar een begroting en een beleidsplan voor het volgende boekjaar op. Het beleidsplan is in overeenstemming met de statutaire doelstelling van de stichting en de activiteiten van “Het Volle Leven” en geeft onder meer inzicht in de door de stichting te verrichten werkzaamheden, de wijze van verwerving van fondsen, het beheer van het vermogen en de besteding daarvan. Het bestuur is belast met de uitvoering en de realisatie van de in het beleidsplan opgenomen programma’s en activiteiten. Het bestuur stelt het beleidsplan zo nodig bij.
  6. De balans en de staat van baten en lasten, met bijbehorende toelichting, worden door het bestuur vastgesteld. Deze stukken worden tezamen met het jaarverslag van de stichting door het bestuur ter informatie toegezonden aan de MR, de schoolleider van “Het Volle Leven”, alsmede aan het college van bestuur van de SHS. Indien de MR daartoe verzoekt, is iedere bestuurder gehouden de inhoud van de stukken als hiervoor in dit lid omschreven nader toe te lichten in een vergadering van de MR.
  7. Het bestuur is verplicht de in de leden 2 en 3 van dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.

Statutenwijziging, fusie en splitsing

Artikel 11.

  1. Het bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen en tot fusie en splitsing te besluiten. Het besluit daartoe moet worden genomen in een vergadering, waarin alle bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is een vergadering, waarin een dergelijk besluit aan de orde is, niet voltallig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal aanwezige of vertegenwoordigde bestuurders rechtsgeldig omtrent het voorstel, zoals dit in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen.
  2. Bij de oproeping tot de vergadering, waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, te worden gevoegd.
    De oproepingstermijn bedraagt hier – in afwijking van artikel  6 lid 2 – ten minste veertien dagen.
  3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de MR.
  4. De statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. Iedere bestuurder is afzonderlijk bevoegd gemelde notariële akte te verlijden.

Ontbinding en vereffening

Artikel 12.

  1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
  2. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in het vorige artikel van overeenkomstige toepassing.
  3. De stichting blijft na ontbinding voortbestaan voor zover dit tot vereffening van haar vermogen nodig is. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moet aan haar naam worden toegevoegd: in liquidatie.
    De vereffening eindigt op het tijdstip waarop aan de vereffenaars geen baten meer bekend zijn.
  4. De bestuurders zijn de vereffenaars van het vermogen van de stichting. Op hen blijven de bepalingen omtrent de benoeming, de schorsing en het ontslag van bestuurders van toepassing. De overige statutaire bepalingen blijven eveneens voor zo veel mogelijk van kracht tijdens de vereffening.
  5. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt toegekend aan een door het bestuur te bepalen rechtspersoon in de zin van artikel 5b van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en welke rechtspersoon een met de stichting vergelijkbare doelstelling kent of aan een buitenlandse instelling die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en die een soortgelijke doelstelling heeft. Een dergelijk besluit behoeft de voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de MR.
  6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende zeven jaar onder berusting van de door het bestuur aangewezen persoon.

Slotbepalingen

Artikel 13.

In alle gevallen, waarin zowel de wet als deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur.

Overgangsbepaling

Artikel 14.

  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 lid 2 wordt de eerste bestuurder bij deze akte benoemd.
  2. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig juli tweeduizend zeventien.
  3. Dit artikel vervalt indien en zodra het eerste boekjaar is geëindigd.